Reuring in de Rieshoek: inwoners kopen oud schoolpand

De initiatiefnemers van de Rieshoek kunnen weer opgelucht ademhalen. Onlangs bereikten ze met de gemeente overeenstemming over de aankoop van hun multifunctionele dorpspand. KNHM foundation hielp met de financiering en zat met beide partijen om de tafel.

De Rieshoek is een begrip in Noordlaren (Groningen). De voormalige dorpsschool huisvest onder meer een kinderopvang, een dorpskapper en een dagbestedingscafé en fungeert als een belangrijk trefpunt in het Groninger dorp. Toch was het voortbestaan van het dorpsinitiatief lange tijd onzeker.
“De eigenaar van het pand, de gemeente Haren, had vergaande plannen om het voormalige schoolgebouw tegen een commercieel tarief te verkopen,” vertelt Eric Raad, namens KNHM foundation bij het project betrokken. “Dat zou voor de initiatiefnemers echt de doodsteek zijn geweest. Maar na een uitgebreide politieke lobby zijn ze er toch in geslaagd om de gemeenteraad aan hun kant te krijgen. Ze mogen de oude school tegen een schappelijke prijs overnemen en de gemeente neemt het achterstallige onderhoud op zich.”

Volgens Maartje Peters, secretaris van de Rieshoek, betekent de aankoop een belangrijke impuls voor de leefbaarheid van het dorp. “De Rieshoek vormt een laagdrempelig trefpunt waar je overdag even binnen kan lopen. De school ligt aan een plein waar kinderen mooi buiten kunnen spelen en er is een dagcafé waar mensen met afstand tot de arbeidsmarkt actief zijn. In een klein dorp met weinig voorzieningen is zo’n plek heel waardevol.” Het project wordt vanuit verschillende kanten door KNHM foundation ondersteund. KNHM Participaties dekte een deel van het aankoopbedrag met een lening, Arcadis maakte een onderhoudsplan en KNHM foundation hielp bij het opstellen van een exploitatiemodel. Maartje: “KNHM foundation heeft op bijna elk denkbaar vlak met ons meegedacht: bestuurlijk, juridisch, bouwkundig en financieel. Bovendien hebben ze ons geholpen om het politieke spel op een behendige manier te spelen. Dat heeft ons heel ver gebracht.”

Dit artikel verscheen in het KNHM foundation Jaarbericht 2018.