“Het gaat niet om organisatiekunde, maar om verenigkunde”

De wereld rondom de sportvereniging is veranderd. Was het vroeger vanzelfsprekend dat je als lid meehielp om de club te laten bloeien, tegenwoordig gedragen leden zich meer als klant. Ze willen wel iets doen, maar dat mag vooral niet te ver af staan van hun eigen plezier. Clubs worstelen daardoor om vrijwilligers te vinden. Toch zijn er sportclubs die tegen deze stroming in floreren: zij groeien als kool, hebben betrokken vrijwilligers én weten nieuwe leden aan zich te verbinden. Wat is hun geheim? Berend Rubingh (organisatieadviseur) en Sjors Brouwer (programmamanager KNVB) gingen op onderzoek uit en ontdekten gaandeweg steeds meer succesfactoren die
zij bundelden in de filosofie Back2Basics. “Het gaat niet om organisatiekunde, maar om verenigkunde.”

Sjors: “Ik was in die tijd bij de KNVB bezig met verenigingsondersteuning binnen het overheidsprogramma ‘Tijd voor sport’. Ik leidde het programma
waarbij 200 verenigingen intensieve ondersteuning kregen op het gebied van processen. Na verloop van tijd kreeg ik echter twijfel: heeft het wel zin wat we
nu aan het doen zijn? Berend bekeek de vereniging net als ik vanuit een organisatiekundig en veranderkundig perspectief. Onze gezamenlijke inzichten en
onderzoeken evolueerden uiteindelijk in Back2Basics.” Back2Basics is een filosofie waarbij de vraag centraal staat ‘Waar gaat het bij het verenigen ook alweer om?’ De methode helpt verenigingen om te ontdekken wat hun bestaansgrond is en geeft bestuurders en ondersteuners praktische tips en inzichten bij het leiden of ondersteunen van een (sport)vereniging. De KNVB was zo enthousiast over Back2Basics dat zij het graag onder de aandacht van alle 3000 voetbalclubs wilde brengen. Dit resulteert in een razend populair filmpje waarin de filosofie van Back2Basics wordt uitgelegd. “De kern van onze bevindingen was dat we teveel oplossingen zijn gaan zoeken bij het bedrijfsleven en dat hapert”, verklaart Sjors het succes van Back2Basics. “De kracht van een vereniging, in welke vorm dan ook, gaat juist om het intrinsiek verenigen van mensen met elkaar. We zijn een beetje vergeten hoe dat gaat, omdat we zo gefocust zijn geweest op het economische resultaat.” Berend: “Ik geef vaak het voorbeeld van mijn verjaardag. Die organiseer ik ook niet economisch, efficiënt of effectief. Maar het is wel heel gezellig! Verenigingen zijn geen bedrijven, dus het heeft ook geen zin om een vereniging efficiënt te laten zijn.”

Uit jullie onderzoek blijkt dat de wil om vrijwilligerswerk te doen op zich niet is afgenomen. Maar toch is het voor veel clubs en verenigingen moeilijk om vrijwilligers te vinden en vooral te behouden. Wat is jullie verklaring daarvoor?
Berend: “Het lastige is dat in het woord vrijwilligerswerk een paradigma zit. Het is namelijk helemaal geen ‘werk’. Het is betrokkenheid. Als je iets écht heel leuk vindt, of je bent er vanuit je hart bij betrokken, dan vind je het vaak geen enkel probleem om daar iets voor te doen. Het probleem is alleen dat bestuurders vaak zeggen: ‘okay, we gaan nu mensen werven voor deze functie’. En dan stap je in de bedrijfskundige val, want dan volgt er een functieprofiel met eisen. Vind je het gek dat je niemand vindt? Weg met dat profiel. Zeg dat het gezellig is om bij de club iets te doen, of zinvol. Of dat je met elkaar zoekt naar een oplossing voor een gezamenlijk probleem. Hoe dan ook: noem het géén werk.” “Wat je wilt is betrokkenheid van mensen”, beaamt Sjors. “Dat betekent dat je veel meer op gevoel en emotie moet zitten. En op waarden als waar staan wij voor?”

Dat zijn vooral zachte waarden of soft skills. Is dat niet lastig voor een zakelijke bestuurder?
Berend: “Ja, dat is het. Maar nogmaals, een vereniging is géén bedrijf. Bestuurders voelen vaak urgentie als er iets geregeld moet worden. Dan gaan ze in
een autoritaire positie zitten om het snel op te lossen. Terwijl je juist andere mensen enthousiast moet maken om dingen op te pakken en zelf op te lossen. Zodat je het zelf los kunt laten. Dat vraagt om hele andere leiderschapskwaliteiten.”

Kun je dan toch een parallel trekken met het bedrijfsleven waar zelfsturende teams en soft skills ook steeds meer ruimte krijgen?
Sjors: “De overeenkomst is dit: intrinsiek gemotiveerde mensen. Die wil je zowel in het bedrijfsleven als in je vereniging. Het is gewoon makkelijker om mensen te motiveren als ze ergens in geloven. Ik denk dat wat wij aanreiken met Back2Basics ook voor mensen in het bedrijfsleven interessant is.” Back2Basics start met de vaststelling dat geen enkele vereniging hetzelfde is en dat er geen standaard oplossing is. Om goed te functioneren gaat het erom om alle energie en kracht binnen en om de vereniging aan te boren. De aanpak is vervolgens gebaseerd op het dogma: ‘je kunt iemand alleen helpen door hem te leren zichzelf te helpen.’ Daarin kan Back2Basics ondersteunen door neutrale procesbegeleiders uit hun netwerk te koppelen aan sportverenigingen. “We geven mensen geen vis, we leren ze vissen”, legt Sjors uit. Ze moeten het zelf kunnen. Dat is de fundering van onze methode; het is allemaal gebaseerd op zelf leren, co-creatie en waarderend onderzoek.”

Er ontstaat nieuwe energie

Wat gebeurt er precies als een club met Back2Basics start? 
Berend: “We stellen drie vragen: Wat zijn jullie karaktereigenschappen? Wat onderscheidt jullie van andere verenigingen? En wat gaat hier nooit veranderen? Die vragen bespreken we met een mix van trainers, ouders, bestuurders, commissieleden en spelers. Met elkaar beantwoorden die drie vragen. Op die avond wordt de club eigenlijk opnieuw uitgevonden en er ontstaat nieuwe energie. Zo ontstaat het proces om terug te komen naar het fundament van de vereniging: ‘Waarom zijn we er en doen we wat we doen?’. Na het beantwoorden van deze vragen hebben we het verhaal van de club scherper. En dan gaan we kijken: wat is hier nou de ideale club? Hoe ziet dat eruit? En dan gaat het niet om ‘dan spelen we op hoofdklasse niveau’ maar om gedrag: hoe gaan we dan met elkaar om? De derde stap is een concrete actielijst: hoe gaan we dit aanpakken en wie gaat wat doen?”

Wat gebeurt er als een club zich minder richt op organisatie en structuur en meer op gezelligheid of een positieve vibe?
Berend: “Een hockeyclub houdt nu bijvoorbeeld een introductiedag voor alle nieuwe leden. De voorzitter vertelt waarom de club zo leuk is en wat ze belangrijk vinden. Iedereen wordt oprecht verwelkomd met de woorden: vanaf nu hoor jij ook bij ons. Vervolgens gaan ze het hele clubterrein af. De kantine, kleedkamers, trainers, scheidsrechters, tot aan het washok toe. Iedereen wordt voorgesteld en daarna gaan ze gezellig borrelen. Nieuwe leden vinden dan altijd wel iemand met wie ze een klik hebben. Volgens deze voorzitter zie je na een half jaar dat mensen zich er helemaal instorten en enorm actief zijn óf ze doen af en toe iets: en dat is ook prima. Het gaat erom dat iedereen zich er thuis voelt. Dan volgt de rest vanzelf.”

Basis van vriendschap en verbintenis

Dat klinkt eigenlijk heel eenvoudig…
Sjors: “Maar dat is het ook! Het is vooral een kwestie van het accent verleggen van bedrijfsmatig naar menselijk. Maak het leuk, gezellig, informeel. En onderken dat iedereen het beste voor heeft met de club.” Berend: “Punt is dat mensen vaak vergeten zijn wat de gezamenlijke uitgangspunten waren bij de start van de club. De organisatie is de boventoon gaan voeren en dan komen daar vaak individuele belangen bij. Dat maakt het alleen maar ingewikkeld. Terwijl een vereniging vaak ooit gestart is op basis van vriendschap en verbintenis: niet eens per se om de sport.”

Denken jullie dat Back2Basics ook de jongere generatie aanspreekt?
Sjors: “Jongeren van nu worden gedreven om betekenis te geven aan het leven. Maar waar worden ze op aangesproken? ‘Ga deze en deze activiteit doen.’ Deze generatie voelt zich daardoor helemaal niet geraakt. Dát is de uitdaging voor hedendaagse besturen van verenigingen. Vroeger hoorde je bij een stroming in de maatschappij en daar ontleende je betekenis aan. Dus als je katholiek was, dan ging je naar de katholieke sportvereniging en dan ging je je daar voor inzetten. Omdat dit nu niet meer het geval is moet je als vereniging veel duidelijker maken en zelfs expliciet aangeven waarom het zo betekenisvol is om je in te zetten. Clubs die dat wel doen lukt het dan ook prima om jonge mensen te werven.”

Rotterdam United: “Menselijke waarden zijn belangrijk”

De voetbalclub SV Jai Hind veranderde een paar jaar geleden haar  naam naar Rotterdam United. Niet als gevolg van een fusie, maar omdat het bestuur met een haarscherpe filosofie besloot een nieuwe weg in te slaan. Bestuurslid Simon Kalika vertelt wat er is veranderd. “Onze club had een lastig vertrekpunt. In Rotterdam West wonen veel verschillende etnische groepen. Er is nul homogeniteit, nauwelijks gemene delers. Daarnaast zitten we in een wijk met veel armoede, schoolverlaters, tienermoeders, werklozen en mensen met verschillende geloofsovertuigingen. Hoe verbind je dat allemaal met elkaar? Voetbal mag dan wel de rode draad zijn, maar dat is niet genoeg. Want iedereen neemt zijn eigen achtergrond mee: taal, eten, drinken, omgangsvormen. Daarom wilden we het anders aanpakken. We bedachten het model RAFE, dat staat voor Respect, Acceptatie, Fatsoen en Eerlijkheid. Op basis daarvan willen we met elkaar omgaan. We hebben dit eerst in een klein groepje van trainers, spelers, bestuursleden en ouders met elkaar besproken. Welk gedrag hoort bij RAFE? Dat je elkaar bijvoorbeeld altijd een hand geeft als je het veld opkomt en dat je beleeft blijft tegen de scheidsrechter. RAFE begint dus al bij de allerkleinsten. Maar ook respect voor mensen die de taal niet machtig zijn. Het heeft ons veel opgeleverd: we groeien als kool en hebben zelfs een ledenstop op de meidenteams moeten instellen. Ons geheim? Iedereen telt mee en iedereen wordt gehoord. We hebben de focus verlegd naar verbinding. Menselijke waarden zijn belangrijk: niet alleen voor de club, maar voor de hele wijk. Bij Rotterdam United draait het niet alleen om de sport, maar echt om verbinding met elkaar. En daar plukt iedereen de vruchten van.”

Dit artikel verscheen in Werkplaats 27.