In Vledder zijn ze niet voor één gat te vangen

Jarenlang heeft Dorpsbelang Vledder zich ingezet om in het kleine Drentse dorp een woonzorgvoorziening te realiseren. Er waren vele beproevingen en hobbels op de weg, maar dankzij het doorzettingsvermogen van de inwoners is het nu toch gelukt om van droom tot daad te komen. Met de komst van woonzorgcentrum Vledder kunnen de oudere dorpsbewoners noodzakelijke ondersteuning en zorg krijgen. Met als belangrijkste voordeel dat zij het dorp niet hoeven te verlaten.

Cees Hesse, voorzitter van Dorpsbelang Vledder vertelt hoe de bewoners de infrastructuur in het dorp wilden versterken, zodat mensen ook bij toenemende lichamelijke en/of geestelijke problemen in het dorp de noodzakelijk ondersteuning en zorgen konden krijgen.

“In 2013 hebben we in Vledder buurtgesprekken gehouden over zelfredzaamheid en participatie. Wat betekent dat voor ons? Wat kunnen we zelf doen en wat is daarvoor nodig? Naar aanleiding van deze gesprekken bleek dat onze dorpsgenoten met name faciliteiten misten op het gebied van zorg. Dat resulteerde vrij vlot in het oprichten van het inloopcentrum Naobuur, dat een brug slaat tussen burgers en alle zorginstanties. Met Naobuur hebben we, dankzij heel veel vrijwilligerswerk, een ontmoetingsplek gecreëerd waar jong en oud terecht kan.

Wat bijzonder is aan ons kleine dorp is dat we regie nemen op de hele zorg en ondersteuning van dorpsgenoten. Het Naobuur inlooppunt is waar ondersteuningsvraag- en aanbod wordt gematcht en waar regie wordt gevoerd op de thuiszorg. Ook is er op initiatief van onze vrijwilligers een multifunctioneel overleg met enkele professionals, waaronder de huisarts. En we onderzoeken zelf hoe we bijvoorbeeld met domotica mensen langer thuis kunnen laten wonen.

Champagne voor iedereen die nauw betrokken is geweest om het zorgcentrum in Vledder te realiseren (foto: Arjan Jonkers).

Cees Hesse, voorzitter Dorpsbelang Vledder (foto: Steenwijker Courant).

Tijdens de gesprekken bleek echter ook dat er behoefte is aan meer mogelijkheden om in het dorp te blijven wonen. Vledder vergrijst, net als veel andere krimpgebieden in Nederland en de meeste verzorgtehuizen zitten in de grote stad. Dat levert grote problemen op.  Zo was er een ouder echtpaar in het dorp, waarvan de man dement werd. Hij moest naar een verzorgingstehuis in Steenwijk, terwijl zijn vrouw hier bleef wonen. Zij kon het niet opbrengen om regelmatig helemaal naar de stad te reizen. En hij verloor zijn contacten hier en de bekende omgeving. Dit soort schrijnende gevallen wilden we voorkomen, door in Vledder zelf een woonzorgvoorziening te creëren.

We zijn vervolgens in gesprek geraakt met een zorgpartij om dit te realiseren, maar die haakte op het laatste moment af. Maar we zijn hier in Vledder niet voor één gat te vangen, dus we besloten niet langer te wachten op een andere partij en zijn aan de slag gegaan om het plan zelf van de grond te krijgen.

Waar we het zorgcentrum wilden hebben, was duidelijk. Aan de rand van ons dorp, vlakbij de kerk, komt een nieuw gebouw in boerderij-stijl. Een dergelijk project kost natuurlijk een hoop geld en het rondkrijgen van de financiën was niet eenvoudig. Banken zijn terughoudend met dit soort initiatieven en externe financiers vragen een hoge rente. Daarom zijn we ook blij met de hulp van KNHM Participaties. Toen zij aan boord kwamen met een financiering, wilde de Triodos bank ook met ons in gesprek en werd er speciaal voor ons project een beleidskader bij de bank ontwikkeld.

Daarnaast bleek hoe zeer de wens leefde onder onze dorpsgenoten. Ruim vijftig inwoners van Vledder hebben obligaties afgenomen, zodat we als dorp 850.000 euro zélf hebben ingebracht. Zo zie je maar wat solidariteit tot stand kan brengen.

In het woonzorgcentrum komen zestien zorgappartementen voor mensen met een intensieve zorgvraag. Voor deze mensen is 24/7 professionele hulp aanwezig. Daarnaast komen er nog eens zestien koopappartementen. De kopers van deze appartementen hebben nog geen geïndiceerde zorgbehoefte, maar sorteren voor op de mogelijkheid. Zij hoeven dan niet te verhuizen en kunnen in de al aangepaste woning de geïndiceerde zorg krijgen. En dan hebben we ook nog drie logeerkamers: geschikt voor mensen die uit het ziekenhuis ontslagen worden maar nog niet naar huis kunnen. Zij kunnen dan een tijdje logeren in het centrum met de nodige ondersteuning en zorg.

Reguliere zorgpartijen hebben de flexibiliteit niet meer om dit te organiseren. Dat lees je ook terug in het nieuws: het schuurt dagelijks in de ouderenzorg. Ik ben er dan ook ontzettend trots op dat het ons is gelukt. In die zin hoop ik dat we een voorbeeld kunnen zijn voor andere dorpen in Nederland. Het is geen eenvoudige weg, maar samen kom je een heel eind!”

Lange tijd zorgde het rijk voor ouderen. Van 1965 tot 2015 werden ze, eenmaal krakkemikkig, opgevangen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Iedereen betaalde AWBZ-premie en als je eenmaal oud was, kreeg je dezelfde opvang – rijk of arm. Door de vergrijzing werd dit veel te duur en dus schafte het kabinet-Rutte II de AWBZ af. Vanaf 2015 mochten alleen heel zwakke of demente ouderen (en zwaar gehandicapte en psychiatrische patiënten) nog aanspraak doen op de 24-uur zorg in een instelling die door het rijk werd betaald. Zij vielen voortaan onder de Wet Langdurige Zorg. Er maken nu ongeveer 312.000 mensen gebruik van.

Bron: NRC